Medicatiebeoordeling
De module voor medicatiebeoordelingen in de Apotheek Jansen App leest een medicatieoverzicht uit Medimo of Pharmacom in, voert er een reeks controles op uit en toont per patiënt de aandachtspunten die daaruit komen. Je vult het resultaat aan met je eigen bevindingen en neemt het mee naar het overleg met de arts.
De module zit in het app-menu onder Review, met daaronder drie schermen:
- Beoordelingen: hier start je een beoordeling en open je een afdeling of een patiënt.
- Review planner: de planning van de beoordelingen per afdeling. Die heeft zijn eigen pagina.
- Clinical Rules: de regels die tijdens een beoordeling automatisch een melding plaatsen.
Het scherm Beoordelingen is het startpunt. Bovenaan staan de knoppen Nieuwe beoordeling en Patiëntrechten, daaronder een zoekbalk waarmee je een patiënt op naam zoekt (typ minstens twee letters). Daaronder staan twee lijsten met paginering: Afdelingen, met per afdeling de locatie en het aantal patiënten, en Individuele beoordelingen, de losse patiëntbeoordelingen met leeftijd, afdeling en datum. Klik op een afdeling voor haar beoordelingen, of op een regel in de tweede lijst om de patiënt te openen.
Op een breed scherm staat op elk van deze schermen bovenin een zoekveld. Daarmee vind je vanuit de hele module een patiënt of een afdeling, ook als je niet weet in welke beoordeling die zit. Typ minstens twee letters. Op een smal scherm staat datzelfde zoekveld bovenaan het Review-scherm.
Privacy en beveiliging
Namen, geboortedatums, opmerkingen en de volledige analyse van een patiënt worden versleuteld opgeslagen. Om de module te openen heb je het bijbehorende recht nodig, en elk scherm dat patiëntgegevens toont of wijzigt vraagt om een verse bevestiging met je authenticator. Die vraag kan dus meerdere keren per dag terugkomen; dat is geen storing.
Daarnaast gaan deze schermen alleen open op het netwerk van de apotheek. Van buiten krijg je een uitleg in plaats van de beoordeling, en met opzet geen codeveld: ook een goede code brengt je daar niet binnen. De reviewplanner en de clinical rules blijven wel overal bereikbaar, want daar staan geen patiëntgegevens in. Zie Authenticatie.
1. Een analyse starten
Ga naar Review > Beoordelingen en klik op Nieuwe beoordeling. Volg daarna deze stappen:
-
Selecteer de instellingen:
- Kies het bronsysteem: Medimo (tekst plakken) of Pharmacom (PDF uploaden).
- Kies bij Medimo de scope: een afdelingslijst (meerdere patiënten) of een individuele patiënt. Kies daarna de afdeling; ook een individuele Medimo-beoordeling hoort bij de afdeling waar de bewoner woont. De keuzelijst bevat elke afdeling uit Beheer > Afdelingen, ook een afdeling waarvoor je nog nooit een beoordeling hebt gedaan. Staat een afdeling er niet bij, maak hem dan eerst aan in Beheer.
- Een Pharmacom-PDF bevat altijd één patiënt die thuis woont, dus daar vervalt zowel de scope als de afdeling. Zo'n beoordeling staat in de app onder Individuele beoordelingen.
-
Haal de gegevens uit het bronsysteem:
- Volg de stappen die de app bij 'Gegevens invoeren' toont. Die verschillen per bronsysteem en per scope.
-
Plakken of uploaden:
- Plak de tekst in het invoerveld, of upload de PDF.
- Kies bij een individuele patiënt Bestaande patiënt en zoek de patiënt op naam of geboortedatum, of kies Nieuwe patiënt en vul naam en geboortedatum in. Een Medimo-patiëntexport bevat zelf geen naam en geen geboortedatum: kies je geen bestaande patiënt en vul je geen geboortedatum in, dan komt de beoordeling op een los dossier zonder naam te staan.
- Klik op Beoordeling starten. De app toont een voortgangsvenster; laat dat scherm open staan tot de beoordeling klaar is.
Wat elk bronsysteem oplevert
Niet elke export bevat dezelfde gegevens. Wat er niet in zit, kun je in de beoordeling zelf handmatig aanvullen.
| Bron en scope | Medicatie | Contra-indicaties en allergieën | Labwaarden |
|---|---|---|---|
| Medimo, afdeling | ja | nee | nee |
| Medimo, patiënt | ja | ja | nee |
| Pharmacom | ja | ja | ja, als je bij het downloaden de laboratoriumwaarden aanvinkt |
Pharmacom leest gestopte medicatie niet in.
Grenzen waar je tegenaan kunt lopen
- Een Medimo-plakactie is maximaal 200.000 tekens. Een afdeling past daar ruim in; loop je er toch tegenaan, splits de afdeling dan of beoordeel de patiënten los.
- Een Pharmacom-PDF mag maximaal 25 MB zijn. Alleen een echt PDF-bestand wordt geaccepteerd, ook als je iets anders hernoemt naar
.pdf. - Een beoordeling die langer dan vijf minuten bezig blijft, wordt afgebroken en meldt zichzelf als mislukt. Start hem dan opnieuw; blijft het misgaan, meld het dan bij de beheerder.
Kopieer een afdeling altijd volledig
De app zegt het zelf bij 'Gegevens invoeren': "Een patiënt die je weglaat wordt niet opnieuw beoordeeld en verdwijnt na drie afdelingsbeoordelingen uit de lijst." De app bewaart namelijk de drie nieuwste beoordelingen per afdeling. Laat je iemand drie keer achter elkaar weg, dan valt zijn laatste beoordeling daarbuiten en verdwijnt hij uit de afdeling. Wil je één patiënt beoordelen, kies dan de scope Patiënt in plaats van een afdeling gedeeltelijk te kopiëren.
Controleer de patiënt en de afdeling
Koos je een bestaande patiënt uit de lijst, maar noemt de export een andere naam, dan meldt de app dat voordat je verder gaat ("Klopt de patiënt wel?"). Hetzelfde geldt voor een afdelingslijst die van een andere afdeling blijkt te zijn ("Klopt de afdeling wel?"). De beoordeling is op dat moment al aangemaakt. Klopt het niet, verwijder hem dan en start hem opnieuw: de medicatie belandt anders in het dossier van iemand anders.
Bestaat deze patiënt al?
Vul je bij Nieuwe patiënt een naam in die lijkt op een patiënt met een bestaand dossier, dan vraagt de app eerst "Bestaat deze patiënt al?" en toont de gevonden dossiers. Kies het bestaande dossier, dan blijft de historie van deze patiënt bij elkaar. Maak alleen een nieuwe patiënt aan als het echt iemand anders is; twee dossiers voor dezelfde persoon worden later niet meer samengevoegd.
2. Resultaten en Controles
Elke controle draait op de ATC-code van een geneesmiddel. De resultaten staan in het patiëntdossier onder Analyses, als een raster van kaarten. Elke kaart heeft een gekleurd label dat in één oogopslag zegt of er iets is gevonden, en klapt open voor de details. Naast elke kaarttitel staat een informatie-icoon met een korte uitleg en, waar die er is, een link naar de richtlijn.
STOPP-NL V2
Signaleert medicatie die volgens de richtlijn mogelijk gestopt of gewijzigd dient te worden (zie NHG STOP-NL V2). Het label op de kaart telt het aantal criteria dat is geraakt. Per criterium zie je het criteriumnummer, de omschrijving en de geneesmiddelen die het criterium hebben opgeroepen; klap de regel open voor de onderbouwing en de categorie waar het criterium onder valt.
Anticholinerge Belasting (ACB)
Berekent de ACB-score op basis van de Ephor-lijst. Elk geneesmiddel telt 1 tot 3 punten. Vanaf een totale score van 3 meldt de kaart "verhoogd risico". Je kunt de lijst met bijdragende geneesmiddelen openklappen om te zien welk middel welke punten levert.
Interacties (MFB, medicatiebewaking)
Dit is de medicatiebewaking: de app vergelijkt de medicatielijst met de medicatiebewakingsprotocollen (MFB's) uit de G-Standaard en toont de interacties die deze lijst daadwerkelijk oproept. Per interactie zie je de twee betrokken geneesmiddelen, de signaaltekst en de achtergrondtekst uit het protocol zelf. Een interactie die een QT-verlenging of een inname-interval betreft, krijgt daar een label bij.
De app toont alleen echte interacties tussen twee geneesmiddelen. Bewakingssignalen die over één geneesmiddel gaan, blijven hier buiten: die zijn op een volledige medicatielijst vooral ruis, of ze worden al door een eigen analyse gedekt (zoals de maagbescherming). De app geeft de teksten weer zoals ze in de G-Standaard staan en trekt zelf geen conclusie over deze patiënt.
Dubbelmedicatie
Signaleert twee of meer middelen die dezelfde werkzame stof of dezelfde geneesmiddelgroep dubbel geven, volgens de G-Standaard. Per cluster staat erbij of het om Zelfde werkzame stof of om Zelfde geneesmiddelgroep gaat, met de betrokken geneesmiddelen en hun gebruik. Een combinatiepreparaat dat overlapt met een los middel wordt ook gevonden. Twee identieke regels (zelfde naam, zelfde gebruik) worden als één regel geteld.
Maagbescherming
Beoordeelt of maagbescherming geïndiceerd is, volgens de NHG-richtlijn. De kaart heeft twee tabbladen, omdat het om twee verschillende afwegingen gaat:
- NSAID: maagbescherming bij het gebruik van een NSAID,
M01A (NSAID's)en verwante groepen. - Salicylaat: maagbescherming bij laaggedoseerd acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium.
Per tabblad telt de app de risicofactoren op tot een score. Vanaf 2,5 punten luidt het advies "Overweeg", vanaf 3,0 punten "Gewenst"; bij salicylaten geldt daarbovenop een leeftijdsvoorwaarde. De app kijkt daarnaast of de patiënt al een protonpompremmer gebruikt, A02BC (Protonpompremmers). Het label op de kaart combineert die twee, bijvoorbeeld "Bescherming gewenst, geen PPI" of "Geen indicatie, PPI in gebruik". Die laatste is ook een bevinding: er is bescherming zonder dat er een indicatie voor is.
Het advies is aanpasbaar. Klap Checklist aanpassen open en je ziet elke risicofactor als een schakelaar, gegroepeerd onder Antithrombotica, Overige risicogeneesmiddelen en Comorbiditeit, met per gevonden factor het geneesmiddel dat hem heeft aangezet. De app kan niet alles zelf zien: een hoge dosering of een therapeutisch gedoseerde heparine moet je zelf bevestigen, en bij die factoren staat een informatie-icoon met de afkapwaarden per stof. Zet je een factor aan of uit, dan wordt de score en het advies meteen opnieuw berekend. Voeg je later met de hand een contra-indicatie toe, dan telt die ook mee: de maagbescherming wordt dan opnieuw doorgerekend.
Je aanpassingen aan de checklist gelden voor deze beoordeling. Een volgende beoordeling van dezelfde patiënt begint weer bij wat de app zelf vindt.
Frequente bijwerkingen
Een raster met de veelvoorkomende bijwerkingen van de medicatielijst: de bijwerkingen als rijen, de geneesmiddelen als kolommen. Hoe donkerder de cel, hoe hoger de frequentie, van "Zeer zelden (<0,01%)" tot "Zeer vaak (>10%)". Onder het raster staat de legenda.
- Klik op een cel voor de frequentie, het geneesmiddel en de bron.
- Klik rechts op de balk Totaal van een rij voor een overzicht per frequentie: welke geneesmiddelen die bijwerking geven en hoe vaak.
- Met het zoekveld filter je op een bijwerking of een geneesmiddel.
- Met de knop rechtsboven open je het raster op volledig scherm. Dat toont alle rijen; in de kaart zelf staat een beperkt aantal, met onderaan een link "+N frequente bijwerkingen".
De app toont niet elke bijwerking. Alleen bijwerkingen die over de hele medicatielijst zwaar genoeg wegen, komen in het raster; bij polyfarmacie zou de volledige lijst onleesbaar zijn. De frequenties komen uit het Farmacotherapeutisch Kompas en worden op de achtergrond bijgehouden: elke nacht wordt een deel van de lijst ververst, zodat het geheel over een reeks nachten wordt rondgezet. Tijdens een beoordeling wordt niets opgehaald.
Clinical Rules
De apotheek-specifieke regels die je zelf beheert (zie sectie 8). Vuurt een regel, dan wordt zijn meldingstekst als opsommingsregel toegevoegd aan het Opmerking-veld van de bijbehorende Jansen-categorie in het medicatieoverzicht. Daar staat hij tussen je eigen tekst en kun je hem aanvullen of aanpassen; een melding die er al staat, wordt niet nog een keer toegevoegd.
Draagt een regel bovendien een indicatie-hint of een labwaarde-hint, dan verschijnt die als aandachtspunt bovenaan de kaart Contra-indicaties. Zie sectie 3.
3. Het patiëntdossier
Klik in een afdeling of in de zoekresultaten op een patiënt en je opent zijn dossier. Bovenaan staan de naam, de leeftijd en de geboortedatum, de statuspil, de afdeling en het moment waarop het dossier voor het laatst is bijgewerkt. Rechtsboven staan twee knoppen: Vraag Atlas, waarmee je de klinische assistent een vraag over deze patiënt stelt, en Wijzigingshistorie (zie sectie 5).
Daaronder staan vier blokken die je allemaal kunt in- en uitklappen: Analyses (sectie 2), Algemeen, Contra-indicaties (die kaart bevat ook de labwaarden en de allergieën) en Medicatieoverzicht.
Mogelijk niet alle medicatie ingelezen
Kon de app niet alle medicatieregels uit de export plaatsen, dan staat er bovenaan het medicatieoverzicht een waarschuwing: "Van de X regels in de export zijn er Y verwerkt." Elke controle werkt op de ingelezen regels, dus een regel die niet is meegekomen ontbreekt in alle analyses. Controleer de medicatielijst in het bronsysteem voordat je deze beoordeling afrondt.
Algemeen
Hier leg je vast wat niet uit de medicatie volgt:
- Valrisico? Zet je de schakelaar aan, dan verschijnt er een toelichtingsveld.
- Medicatie malen? Werkt hetzelfde.
- Algemene opmerkingen: een vrij tekstveld voor alles wat verder van belang is.
De schakelaars worden meteen opgeslagen, de tekstvelden een moment nadat je stopt met typen. Rechtsonder het veld staat of de tekst is opgeslagen. Onder elk veld staat een uitklapbaar blokje Historie met wat je bij eerdere beoordelingen van deze patiënt op dat veld hebt geschreven, met de datum erbij.
Contra-indicaties, labwaarden en allergieën
Deze drie staan naast elkaar in één kaart, omdat ze samen de klinische context van de patiënt vormen. Wat de export aanlevert staat er al in; alle drie kun je ook met de hand aanvullen. Handmatig toegevoegde regels kun je weer verwijderen, ingelezen regels niet.
- Contra-indicaties: zoek op ICPC-code of omschrijving en kies de juiste. De ICPC-code staat als label voor de regel.
- Labwaarden: zoek de bepaling, vul de waarde in en eventueel een meetdatum. Metingen worden gegroepeerd per bepaling. Heeft een bepaling meer dan één meting, dan staat er een klein lijngrafiekje achter en zie je hoeveel metingen het zijn. Klik op de regel voor de grafiek per labwaarde: het verloop over de tijd, de lijst met metingen die je kunt aanpassen of verwijderen, en een veld om een meting toe te voegen. Een regel die uit de export komt draagt het label AIS.
- Allergieën: zoek op geneesmiddel of ATC-code. Een allergie met een ATC-code wordt vergeleken met de medicatie van de patiënt. Dekt de allergie een geneesmiddel dat de patiënt daadwerkelijk gebruikt, dan kleurt die regel oranje en staat erbij om hoeveel geneesmiddelen het gaat.
Bovenaan deze kaart staat het raster Aandachtspunten, als er clinical rules zijn gevuurd die een hint dragen. Elk vakje is een indicatie of een labwaarde die bij zo'n regel hoort, met een stoplichtje:
- Groen betekent dat de indicatie in het dossier staat, of dat de labwaarde bekend is en aan de voorwaarde voldoet.
- Oranje betekent dat het aandachtspunt nog aandacht vraagt. Ontbreekt de gegeven waarde, dan staat er "Vul in" of "Vul indicatie in", en klik je het vakje aan om de contra-indicatie of de labwaarde meteen toe te voegen.
Het informatie-icoon in een vakje opent een venster met de gekoppelde vragen. Per vraag zie je de meldingstekst, welke medicatie de regel heeft opgeroepen (TRIGGER), de aanvullende voorwaarde en of die klopt voor deze patiënt (LOGICA), en de indicatie- en labwaarde-hints. Zo zie je precies waarom een regel in beeld is gekomen.
Medicatieoverzicht
De medicatie staat gegroepeerd per Jansen-categorie, een indeling op therapeutisch doel zoals CVRM of psychofarmaca. Elke categorie is een kaart die je kunt openklappen, met het aantal geneesmiddelen erin en een kopieerknop.
Per regel staat de naam van het geneesmiddel, het gebruik en de eventuele opmerking uit de export, met daarachter de knop Verplaats.
4. Medicatie aanpassen en bevindingen noteren
De ATC-code corrigeren
De automatische controles werken allemaal op de ATC-code van een geneesmiddel. Staat er een verkeerde code bij, of helemaal geen, dan telt dat geneesmiddel in geen enkele controle mee: het valt stil buiten STOPP-NL, de ACB-score, de interacties, dubbelmedicatie, de maagbescherming, de bijwerkingen en de clinical rules. Corrigeer de code daarom als je ziet dat hij niet klopt.
- Klik bij het geneesmiddel op Verplaats. Het venster Medicatie corrigeren toont bovenaan de huidige ATC-code met zijn omschrijving.
- Klik op ATC-code corrigeren (of ATC-code toevoegen als er geen is) en zoek de juiste code op naam of code.
- Kies de code. De categorie wordt afgeleid uit de nieuwe code en alle controles worden opnieuw uitgevoerd.
Levert dat nieuwe bevindingen op, dan zie je meteen welke: een venster Analyses bijgewerkt toont de verandering in de ACB-score, de nieuwe STOPP-criteria, de nieuwe dubbelmedicatie, een allergiewaarschuwing wanneer een geregistreerde allergie nu een geneesmiddel op de lijst dekt, en de nieuwe clinical rules.
Miste de export bij het openen van een dossier de ATC-code van een of meer geneesmiddelen, dan opent de app eenmalig het venster Ontbrekende ATC-codes, waarin je ze in één keer kunt aanvullen. Sla je dat over, dan blijft elk geneesmiddel via Verplaats bereikbaar.
Soms levert de export zelf geen code aan en leidt de app er een af uit de naam van het geneesmiddel. Is die afleiding onzeker, dan staat achter het geneesmiddel het label ATC onzeker. De controles rekenen wél met die code, dus een onzekere code kan een bevinding opleveren die niet klopt of er juist een missen. Klik op het label om de code te bekijken en zo nodig te corrigeren.
Een correctie geldt voor deze beoordeling. Start je later een nieuwe beoordeling, dan wordt de export opnieuw ingelezen.
Een geneesmiddel verplaatsen
Staat een geneesmiddel onder een verkeerde kop terwijl de ATC-code wél klopt, kies dan in hetzelfde venster een andere Jansen categorie. Dit verplaatst het geneesmiddel in het overzicht en in de exports; aan de controles verandert het niets.
In datzelfde venster kun je een Weergavenaam invullen, bijvoorbeeld een verduidelijkende naam. Die verschijnt als label achter het geneesmiddel en wordt in de exports gebruikt in plaats van de naam uit het bronsysteem. Heb je eerder verplaatst, dan staat er een knop Herstel oorspronkelijke groep om dat terug te draaien.
Een categorie toevoegen
Onderaan het medicatieoverzicht staat de keuzelijst Categorie toevoegen. Daarmee zet je een Jansen-categorie op het dossier die er nog niet staat, ook als de patiënt daar geen medicatie in heeft. Dat is bedoeld om er een opmerking bij te schrijven, bijvoorbeeld over een middel dat je juist mist. Zo'n lege, handmatig toegevoegde categorie kun je met het prullenbakje weer verwijderen; hij verdwijnt ook vanzelf zodra je de opmerking leegmaakt.
Bevindingen en historie vastleggen
Onder elke categorie staat het veld Opmerking voor je klinische bevindingen. De tekst wordt automatisch opgeslagen een moment nadat je stopt met typen; rechtsonder het veld staat of dat gelukt is.
Bij een volgende beoordeling van dezelfde patiënt zie je eerdere opmerkingen terug in het uitklapbare blokje Historie onder dat veld, met de datum van de beoordeling waarin ze zijn geschreven.
Wat gaat mee naar een volgende beoordeling?
Start je een nieuwe beoordeling van dezelfde patiënt, dan wordt de export opnieuw ingelezen. Wat je zelf hebt toegevoegd blijft staan:
- de handmatig toegevoegde contra-indicaties, labwaarden en allergieën;
- de sectie Algemeen: Valrisico, Malen en de algemene opmerkingen.
Wat aan die ene beoordeling vastzit, gaat niet mee: gecorrigeerde ATC-codes, verplaatsingen en weergavenamen, en je aanpassingen aan de maagbeschermingschecklist. Je opmerkingen per categorie komen terug als Historie, niet als tekst in het nieuwe veld.
5. Status en wijzigingshistorie
Status
Een beoordeling en elke patiënt daarbinnen hebben een status: In voorbereiding, Voorbereid of Uitgevoerd. Zet de status via de pil bovenaan het patiëntdossier, of per beoordeling op het afdelingsscherm. Op een afdeling met dertig patiënten zie je zo in één oogopslag hoe ver het werk is.
Wijzigingshistorie
Klik rechtsboven in het patiëntdossier op het historie-icoon voor een overzicht van alle wijzigingen aan dit dossier: wat er is gewijzigd, wanneer, en door wie. Het overzicht is gegroepeerd per dag, met "Vandaag" en "Gisteren" als kop voor de recente dagen.
6. Resultaten exporteren en kopiëren
Je kunt het resultaat uit de app halen voor het overleg met de arts, zowel voor één patiënt als voor een hele afdeling in één keer. De knoppen staan onderaan de pagina, onder alles waar ze betrekking op hebben: op het patiëntdossier onder het medicatieoverzicht, op het afdelingsscherm onder de laatste beoordeling.
- PDF export: voor een onwijzigbaar verslag.
- Word export (.docx): voor handmatige aanpassingen in het definitieve document.
De export bevat de patiëntgegevens, de secties Algemeen, Valrisico en Malen met hun toelichting, en de medicatie per Jansen-categorie met de bijbehorende opmerkingen en eerder besproken punten. Contra-indicaties, allergieën en labwaarden staan niet in de export. Alle aanpassingen en opmerkingen die in de app zijn ingevoerd, worden automatisch meegenomen.
Omdat een export patiëntgegevens bevat, vraagt de app er een verse bevestiging met je authenticator voor.
Een afdelingsexport maakt één document van alle patiënten van die afdeling, en dat kost even. De knop blijft tijdens het maken op Exporteren... staan; het bestand komt vanzelf. Er wordt er één tegelijk gemaakt, dus vraagt een collega op hetzelfde moment ook een afdelingsexport op, dan wacht de jouwe kort. Duurt dat te lang, dan meldt de app dat er al een export loopt en kun je het zo opnieuw proberen. Een export van één patiënt hoeft nooit te wachten.
Bij een uitzonderlijk grote afdeling kan de app een afdelingsexport weigeren: er zit een grens aan wat er in één document past. Je krijgt dan de melding dat de afdeling te groot is. Exporteer de patiënten in dat geval los via hun dossier; dat werkt altijd, ongeacht de grootte van de afdeling. De grens ligt ruim boven de grootste afdeling die in de app staat, dus in de praktijk kom je hem niet tegen.
Kopiëren naar het klembord
Naast de twee exportknoppen staan op het patiëntdossier twee kopieerknoppen, voor als je het resultaat direct in een e-mail of een ander document wilt plakken:
- Kopieer overzicht: de naam, geboortedatum en leeftijd van de patiënt, gevolgd door elke categorie met zijn medicatie en de opmerking daarbij.
- Kopieer opmerkingen: alleen de opmerkingen, per categorie. Categorieën waar je niets over hebt geschreven, blijven weg.
Daarnaast heeft elke categoriekaart in het medicatieoverzicht zijn eigen kopieerknop, die alleen die categorie met zijn medicatie en opmerking kopieert.
Alle drie de kopieerknoppen nemen de tekst mee zoals die nu op het scherm staat, ook als je nog aan het typen bent.
Documenteer in de app
Handmatige aanpassingen in een geëxporteerd Word-document komen niet terug in de Apotheek Jansen App. Ze zijn dus niet zichtbaar onder Historie bij een volgende beoordeling van de patiënt.
Documenteer je bevindingen en opmerkingen daarom direct in de app. Zo hoef je bij een volgende beoordeling niet in oude documenten te zoeken naar eerdere besluitvorming.
7. Beoordelingen en afdelingen opruimen
Een beoordeling verwijderen
Een afgeronde beoordeling kun je verwijderen wanneer die niet meer in de app nodig is. Dit kan op twee plekken:
- Beoordelingen-scherm: bij een losse patiëntbeoordeling in de lijst Individuele beoordelingen.
- Afdelingsscherm: per beoordeling, naast de datum bovenaan de groep. Een afdelingsbeoordeling bevat alle patiënten van die ronde; die worden dan samen verwijderd.
Je bevestigt de actie in een venster voordat er iets gebeurt. Hiervoor zijn de juiste rechten nodig.
Verdwijnt uit de app, blijft wettelijk bewaard
Een verwijderde beoordeling verdwijnt meteen uit alle lijsten en is daarna niet meer in de app in te zien. Het verslag dat je hebt geëxporteerd en in het patiëntdossier hebt opgeborgen, blijft bewaard volgens de wettelijke bewaarplicht. Verwijderen kan niet ongedaan worden gemaakt in de app.
Een afdeling afsluiten
Werkt de apotheek niet meer voor een afdeling, dan haal je die met Afdeling afsluiten in één keer weg. De knop staat op het Beoordelingen-scherm, rechts van de afdeling in de lijst, en vereist het recht om afdelingen te beheren. Wie een beoordeling mag uitvoeren, mag daarmee dus nog geen afdeling afsluiten.
Het bevestigingsvenster noemt de afdeling en het aantal patiënten. Bevestig je, dan verwijdert de app alle beoordelingen van die afdeling en alle patiëntgegevens die eraan hangen. Eerder opgeslagen exports blijven staan waar je ze hebt opgeslagen.
Het opruimen gebeurt op de achtergrond. Meestal krijg je meteen de melding dat de afdeling is afgesloten en verwijderd; bij een grote afdeling meldt de app dat het verwijderen is gestart en verdwijnt de afdeling zodra de wachtrij leeg is. Ververs het scherm dan even later.
Onomkeerbaar
Afsluiten kan niet ongedaan worden gemaakt. Gebruik het alleen als de afdeling echt weg mag.
8. Clinical Rules beheren
De clinical rules beheer je via Review > Clinical Rules. Je ziet een doorzoekbare lijst, gegroepeerd per categorie. Een regel klapt open binnen zijn eigen kaart. Met de juiste rechten kun je regels toevoegen, aanpassen en verwijderen; zonder die rechten kun je ze alleen bekijken. Voor de configuratie worden altijd ATC-codes gebruikt. Je kunt in de app de naam van een geneesmiddel typen om de juiste ATC-code te vinden.
Opslaan
Wijzigingen worden niet per regel meteen opgeslagen. Je verzamelt ze en slaat ze samen op met de knop Alles opslaan rechtsboven, die het aantal openstaande wijzigingen toont. Probeer je weg te navigeren terwijl er nog wijzigingen openstaan, dan vraagt de app eerst "Onopgeslagen wijzigingen" en kun je alsnog opslaan of ze laten vallen. Lukt het opslaan van een regel niet, dan blijft de melding bij die regel staan zodat je ziet welke het is.
Basisregels en eigen regels
Een deel van de regels wordt met de app meegeleverd. Die basisregels worden bij een update van de app bijgewerkt, zodat je ze niet zelf hoeft bij te houden. Twee dingen daarbij:
- Pas je een basisregel aan, dan krijgt hij het label Aangepast en laat een update hem met rust. Jouw versie blijft dus staan.
- Verwijder je een basisregel, dan blijft hij verwijderd. Een update zet hem niet terug.
Een regel die je zelf hebt gemaakt krijgt het label Eigen. Een onaangepaste basisregel heeft geen label.
Velden van een regel
- Titel (intern): een korte naam om de regel terug te vinden. Deze is niet zichtbaar in de beoordeling.
- Meldingstekst: de tekst die in de beoordeling verschijnt, als opsommingsregel in het Opmerking-veld van de gekozen categorie.
- Categorie: de Jansen-groep waaronder de melding wordt getoond.
- Minimumleeftijd (optioneel): de regel vuurt alleen bij patiënten vanaf deze leeftijd.
- Actief: alleen actieve regels vuren tijdens een beoordeling.
Wanneer verschijnt een regel?
Elke regel start op één van twee manieren:
- Bij gebruik van medicatie: de regel verschijnt als de patiënt minimaal één van de opgegeven ATC-groepen gebruikt.
- Bij ontbreken van medicatie: de regel verschijnt juist als geen van de opgegeven ATC-groepen aanwezig is. Handig voor bijvoorbeeld een ontbrekende suppletie.
Beide manieren sluiten elkaar uit: kies je 'ontbreken', dan vervallen de triggers en de extra voorwaarden die alleen bij 'gebruik' horen.
Logica bij gebruik van medicatie
Hieronder volgt een gedetailleerde uitleg over hoe de trigger, de "gebruikt ook" (AND) en de "gebruikt niet" (AND_NOT) regels samenwerken.
A. De trigger (Wanneer wordt de regel overwogen?)
Elke regel bij gebruik heeft minimaal één triggercode nodig.
- Eén of meer codes (OF-voorwaarde): De regel verschijnt als de patiënt minimaal één van de opgegeven codes gebruikt.
- Voorbeeld: Je vult
N05A (Antipsychotica)enN05B (Anxiolytica)in. Gebruikt de patiënt Haloperidol OF Oxazepam? Dan verschijnt de regel.
- Voorbeeld: Je vult
B. Extra voorwaarde / "gebruikt ook" (Wat moet er nog meer aanwezig zijn?)
Met deze regel voeg je een extra vereiste toe. Deze slaagt alleen als er een ander, uniek geneesmiddel op de lijst staat dat aan de voorwaarde voldoet.
- Meerdere codes binnen één regel (OF-voorwaarde): De patiënt moet naast de hoofdtrigger minimaal één van deze andere middelen gebruiken.
- Voorbeeld: Trigger =
C03C (Lisdiuretica, bijvoorbeeld Furosemide). Je voegt één regel toe metC07 (Bètablokkers)enC09 (RAS-remmers). De regel verschijnt alleen als de patiënt Furosemide gebruikt EN daarnaast nog een ander geneesmiddel heeft uit de groep bètablokkers OF RAS-remmers.
- Voorbeeld: Trigger =
- Meerdere aparte regels (EN-voorwaarde): De patiënt moet aan alle regels tegelijk voldoen met steeds verschillende geneesmiddelen.
- Voorbeeld: Trigger =
C03C (Lisdiuretica). Je maakt regel 1 metC07 (Bètablokkers)en regel 2 metC09 (RAS-remmers). De regel verschijnt nu alleen als de patiënt middelen uit alle drie de groepen tegelijk op zijn lijst heeft staan.
- Voorbeeld: Trigger =
C. Uitsluiting / "gebruikt niet" (Wanneer moet de regel verborgen worden?)
Deze regel werkt als een uitsluiting. Zodra een patiënt een geneesmiddel gebruikt dat in deze lijst staat, wordt de melding niet weergegeven.
- Codes binnen de regel (OF-voorwaarde): Als er ook maar één middel uit deze lijst aanwezig is, verdwijnt de melding.
- Voorbeeld (Maagbescherming bij NSAID): Trigger =
M01A (NSAID's). Je voegt één regel toe metA02BC (Protonpompremmers)enA02BA (H2-antagonisten). Gebruikt de patiënt Omeprazol OF Famotidine? Dan is de maag al beschermd en wordt de melding verborgen.
- Voorbeeld (Maagbescherming bij NSAID): Trigger =
- Meerdere aparte regels: Elke regel kan de melding onafhankelijk blokkeren.
- Voorbeeld: Trigger =
C03C (Lisdiuretica). Regel 1 bevatA12BA (Kaliumsupplementen)en regel 2 bevatC03D (Kaliumsparende diuretica). Gebruikt de patiënt kaliumsupplementen? Melding verborgen. Gebruikt de patiënt Spironolacton? Melding ook verborgen.
- Voorbeeld: Trigger =
Extra hints
Naast de triggers kun je informatieve hints toevoegen. Een hint zet de regel niet aan of uit, maar geeft een extra seintje tijdens de beoordeling. Hints van gevuurde regels verschijnen in het raster Aandachtspunten in het patiëntdossier.
- Indicatie hint: koppelt een ICPC-code, zodat je tijdens de beoordeling nagaat of de bijbehorende indicatie bekend is.
- Labwaarde hint: koppelt een labwaarde met een grens, bijvoorbeeld
eGFR < 30, als herinnering om de nierfunctie mee te wegen.
9. Patiëntrechten (AVG)
Een patiënt heeft recht op inzage in zijn dossier en op het wissen ervan. Die vragen beantwoord je in de app: ga naar Review > Beoordelingen en klik op de knop Patiëntrechten naast Nieuwe beoordeling. Je zoekt de patiënt op naam of geboortedatum en opent hem. Elk van de drie acties hieronder heeft zijn eigen recht: een collega kan het toegangslog mogen inzien zonder iets te mogen wissen. Zie je de knop niet, dan heb je geen van die drie rechten.
Ook een dossier waarvan alle beoordelingen inmiddels weg zijn, staat in deze lijst. De persoonsgegevens liggen er dan nog, en dat is juist het dossier waarvan een patiënt vraagt het te wissen.
Toegangslog: wie heeft het dossier ingezien?
Het toegangslog toont wat er met het dossier is gebeurd en door wie, standaard over de afgelopen periode. Er zijn twee weergaven:
- Zorgaanbieder: voor intern gebruik. Toont de naam van de medewerker.
- Cliëntweergave: de weergave die je met de patiënt deelt. Toont de rol van de medewerker, niet zijn naam.
Het opvragen van het toegangslog wordt zelf ook vastgelegd. Een overzicht van wie in een dossier heeft gekeken, moet immers ook vermelden wie dat overzicht heeft opgevraagd.
Dossier exporteren (recht op inzage, art. 15)
Met Exporteren download je alles wat de apotheek over deze patiënt bewaart in één bestand: de medicatiebeoordelingen met de opmerkingen en de handmatig toegevoegde gegevens, en de baxter-regels waarop de patiënt voorkomt. Dit is het bestand dat je aan de patiënt meegeeft bij een inzageverzoek.
Recht op vergetelheid (art. 17)
Wissen gaat in twee stappen, omdat het niet terug te draaien is.
- Verzoek registreren. Je legt vast waarom er gewist wordt. Valt de patiënt nog binnen de bewaartermijn, dan maakt de app de persoonsgegevens onleesbaar zodat de beoordeling niet meer tot hem herleidbaar is. Is die termijn verstreken, dan verwijdert de app alles definitief. De app bepaalt dat zelf en toont je vooraf welke van de twee het wordt. Het rapport dat je eerder hebt geëxporteerd en opgeborgen valt hierbuiten: dat verwijder je waar je het hebt opgeslagen.
- Uitvoeren. Je typt BEVESTIG en voert een verse code uit je authenticator in. Die code is altijd vereist, ook als je eerder in dezelfde sessie al geverifieerd bent: een onomkeerbare vernietiging mag niet leunen op een verificatie van een half uur geleden.
Na afloop meldt de app hoeveel notities in de review planner je nog met de hand moet nalopen. Zo'n notitie is vrije tekst en kan de patiënt bij naam noemen, maar is niet aan een dossier gekoppeld. De app kan die dus niet automatisch opschonen, en verzwijgt dat niet.
Een dossier dat al gewist is, herken je in de lijst en kun je niet nogmaals wissen.